Universiteit Gent

Faculteit der Letteren & Wijsbegeerte

Klassieke Filologie



Hippolytus


literair-comparatistische studie van

een klassiek zedelijkheidsparadigma

bij Euripides, Seneca & Racine



proefschrift tot het behalen van de graad van licentiaat

door: Adelwijn Meirhaeghe in de taal-en letterkunde:

promotor: prof. dr. F. Decreus Latijn en Grieks




Thesis


Voorwoord


Ik ben blij dat ik U dit werk kan presenteren. Het is de vrucht van een aangenaam jaar vol ontdekkingen, en ik hoop dat de lezer tussen de regels de uitdaging mag lezen die dit werk voor mij vormde. Rond Pasen vorig jaar wist ik nog steeds niet welke richting mijn thesis zou uitgaan en er trad al een lichte vorm van zenuwachtigheid op bij het horen van ieders onderwerp. Het was uiteindelijk mijn goede vriend Wim Broekaert die mij in een soort avondlijke crisisvergadering – onder een goed glas welteverstaan – op het idee bracht wat opzoekingswerk rond de figuur van Hippolytus te doen. De dubieuze omstandigheden waaronder het idee aan zijn geest ontsproot, leken mij een uitermate gunstig voorteken. Daags daarop schudde ik de roes uit mijn kleren en trok naar de bibliotheek. Het onderwerp leek wel perspectieven te bieden: ik wou alleszins al iets doen met Grieks én Latijn en dan nog liefst iets dat niet al te zeer beperkt bleef tot ons vakgebied. Ik legde prof. Decreus mijn nog vage idee voor en hij zag er wel iets in. Uiteindelijk zou hij dan ook mijn promotor worden. In mijn enthousiasme wou ik eerst vijf bewerkingen in deze studie behandelen – ook Vondel en Claus –, maar de stille glimlach van prof. Decreus bij dit voorstel was een voorbode van de later bijgestelde objectieven. Uiteindelijk zijn de naar mijn smaak sterkste werken overgebleven.


Enkele mensen hebben mij bij dit werk aanzienlijk geholpen. Vooreerst natuurlijk mijn promotor prof. Decreus. Elk stuk van dit werk heeft hij gelezen en van vruchtbare commentaar voorzien. Daarnaast was ook prof. Demoen zo vriendelijk het eerste en tweede hoofdstuk te willen nalezen. Prof. Knecht las nauwlettend het hoofdstuk over Seneca na, en prof. Schoentjes van de Romaanse filologie was bereid het hoofdstuk over Racine door te nemen. Elk van hen wil ik hiervoor echt bedanken.


Naast hen zijn er enkele mensen die hier zeker niet mogen ontbreken: mijn ouders vooreerst die mij steeds steunen in al wat ik doe en mijn broers, Pieter-Jan & Maarten. Tenslotte wil ik ook graag mijn compagnons de route bedanken, zij met wie ik vier aangename jaren in ‘de Klassieke’ heb doorgebracht: Evelyne Coussens, Stefanie De Clercq en Wim Broekaert. Voor de internet-versie bedank ik Sven Van der Poorten, die zijn technische hulp aanbood.



Adelwijn Meirhaeghe





Auteur: Adelwijn Meirhaeghe
Designee/bron: www.verbumvanum.org